Oproepen middelzware apparatuur
Op deze pagina vindt u de lopende oproep. De goedgekeurde aanvragen naar aanleiding van de oproep middelzware apparatuur 2008 en toenmalige antwoorden op vragen kunnen nog steeds bekeken worden.
Oproep middelzware apparatuur 2009
Op 9 februari 2009 werd de eerste oproep voor middelzware onderzoeksinfrastructuur gelanceerd. Op deze webpagina vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
- Wie kan aanvragen indienen?
- Hoeveel geld is er beschikbaar voor de oproep middelzware onderzoeksinfrastructuur?
- Uit welke categorieën bestaat de oproep middelzware onderzoeksinfrastructuur?
- Welke kosten worden gesubsidieerd door de Herculesstichting?
- Wat zijn de subsidiepercentages die door de Herculesstichting worden toegekend?
- Wat is de selectieprocedure en welke zijn de selectiecriteria?
- Waar kan u terecht met algemene vragen over het Herculesfinancieringsmechanisme en praktische vragen over het indienen van een aanvraag voor middelzware onderzoeksinfrastructuur?
Wie kan aanvragen indienen?
Voor middelzware onderzoeksinfrastructuur kunnen onderzoeksgroepen van Vlaamse universiteiten en hogescholen aanvragen indienen en subsidies krijgen.
De Associaties bepalen wie in aanmerking komt om als woordvoerder-promotor of copromotor te kunnen optreden. De richtlijnen zijn opgenomen in het aanvraagformulier.
Beschikbare middelen
De tweede oproep middelzware onderzoeksinfrastructuur is een gecombineerde oproep voor de jaren 2009 en 2010. In totaal staat er 20.000.000 euro ter beschikking. Deze middelen worden op voorhand verdeeld over de vijf associaties, op basis van de Herculesverdeelsleutel. M.a.w. elke associatie verwerft jaarlijks trekkingsrechten die overdraagbaar zijn. De Herculesverdeelsleutel wordt afgeleid uit de BOF- en IOF-sleutel.
Categorieën
Middelzware onderzoeksinfrastructuur wordt gedefinieerd als onderzoeksinfrastructuur met een totale financieringskost van tenminste 150.000 euro en ten hoogste 1.500.000 euro (inclusief het niet-recupereerbaar deel van de BTW). Binnen de categorie middelzware onderzoeksinfrastructuur wordt een onderscheid gemaakt tussen:
- Hercules 1-investeringsinitiatieven: initiatieven tussen 150.000 euro en 600.000 euro (inclusief het niet-recupereerbaar deel van de BTW) en
- Hercules 2-investeringsinitiatieven: initiatieven tussen 600.000 euro en 1.500.000 euro (inclusief het niet-recupereerbaar deel van de BTW).
Subsidiabele kosten
Bij het opstellen van aanvragen kunnen de volgende kostencategorieën in rekening gebracht worden:
- kosten voor wetenschappelijke investeringen:
- kosten voor de aanschaf van de infrastructuur (a1)
- kosten voor onderdelen voor de constructie van de beoogde onderzoeksinfrastructuur (a2)
- herstellingskosten (a3)
- kosten voor aanpassingen aan gebouwen en aansluitingskosten ten behoeve van de onderzoeksinfrastructuur (a4)
- personeelskosten voor de ontwikkeling en de constructie van de onderzoeksinfrastructuur (b)
- onderhoudskosten gedurende de hele afschrijvingsperiode:
- kosten voortvloeiend uit onderhoudsovereenkomsten (c1)
- upgrades van de onderzoeksinfrastructuur (c2)
- personele kosten voor het permanente onderhoud en de bediening van de onderhoudsinfrastructuur (c3)
Voor de kostencategorieën vermeld onder a3), a4) en c3) geldt zowel met betrekking tot Hercules 1- als Hercules 2-investeringsinitiatieven de zogenaamde 15%-regel. Deze regel houdt in dat gespreid over de afschrijvingsperiode maximaal 15% van de subsidiëring die aan een aanvraag werd toegekend, aangewend mag worden voor de hiervoor genoemde kostencategorieën.
De volgende kostencategorieën komen niet in aanmerking voor subsidiëring:
- werkingskosten met betrekking tot de onderzoeksinfrastructuur en
- kosten voor infrastructurele voorzieningen, zoals kosten voor gebouwen, voorzieningen die tot de gebruikelijke huisvesting gerekend kunnen worden.
Subsidiepercentages
De toegekende steunpercentages verschillen tussen Hercules 1- en Hercules 2-investeringsinitiatieven.
De geselecteerde voorstellen uit de Hercules 1-investeringsinitiatieven ontvangen een subsidiëring van 100% van de subsidiabele kosten.
De geselecteerde voorstellen uit de Hercules 2-investeringsinitiatieven ontvangen een subsidiëring van 70% van de subsidiabele kosten. Dit percentage kan echter verhoogd worden indien kennisinstellingen met mekaar of met derden samenwerken:
- Het steunpercentage wordt verhoogd tot 90% als het voorstel uitgaat van onderzoeksgroepen uit meer dan één universiteit of hogeschool en in het aanvraagdossier wordt aangetoond dat alle aanvragers ten minste de helft dragen van het bedrag dat zij zouden moeten betalen, mocht de resterende 10% van de subsidiabele kosten naar evenredigheid worden verdeeld. Hiermee wordt benadrukt dat er van alle aanvragers een daadwerkelijke inbreng en engagement moet zijn en dat het niet enkel gaat om een formele constructie.
- Het steunpercentage wordt verhoogd tot 100% als ten minste een vierde van de in aanmerking komende kosten ten laste wordt genomen door een derde, dit is een andere instantie dan een universiteit of een hogeschool. Dit kunnen andere binnen- of buitenlandse onderwijs- en/of onderzoeksinstellingen of binnen- of buitenlandse bedrijven zijn die een financieel waardeerbare inbreng (financieel, materieel of personeel) doen, in ruil voor het gebruik van de infrastructuur.
De Herculesstichting financiert dus niet steeds 100% van de subsidiabele kosten. Dit betekent dat een deel van de financiering gevonden moet worden bij andere instanties of uit eigen middelen moet komen.
Selectieprocedure en selectiecriteria
Elk associatiebestuur organiseert een associatiebrede oproep voor investeringsinitiatieven voor middelzware onderzoeksinfrastructuur, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen categorie 1 en categorie 2 aanvragen. De formele publicatie van de oproep is 9 februari 2009.
Elke associatiebestuur organiseert een interne selectieprocedure. Deze selectieprocedure verloopt in 5 fasen:
- Fase 1: Ten laatste op 9 april 2009 worden de eerste versies van de aanvraagdossiers ingediend bij de associatiebesturen. Hierin wordt helder aangegeven of er
- samenwerking is binnen de associatie;
- samenwerking is met (een) andere associatie(s), of met derden;
- een dergelijke samenwerking met (een) andere associatie(s), of met derden verder uitgebreid zal worden.
Ook moet een voorstel van globale financiering van de infrastructuur worden meegedeeld (incl. de cofinanciering), evenals een gebruiksplan, waaruit de aanwending van de beschikbare capaciteit moet blijken.
- Fase 2: Het associatiebestuur onderzoekt conform de regeling vastgelegd in het algemeen onderzoeks- en samenwerkingsreglement, de eerste versies van de ingediende aanvraagdossiers. Er wordt o.a. bekeken of er eventuele inter-associatieve of intra-associatieve samenwerking mogelijk is, in welke vorm dan ook.
- Fase 3: Tussen 1 juni 2009 en 1 juli 2009 vindt er bi- en multilateraal overleg tussen de associaties plaats om tot maximale samenwerking te komen. De inhoudelijke verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de associatiebesturen. Associaties dienen echter niet voor alle dossiers onderling informatie uit te wisselen. Aanvragen waarover het associatiebestuur oordeelt dat ze hiervoor niet in aanmerking komen, hoeven niet te worden uitgewisseld. Een reden hiervoor kan bijvoorbeeld zijn dat de aanvraag vertrouwelijke gegevens bevat, bijvoorbeeld in het kader van samenwerking met derden.
- Fase 4: De uit deze onderhandelingen voortvloeiende wijzigingen worden per aanvraag verwerkt in een bijgesteld aanvraagdossier, dat ten laatste op24 september 2009 bij de associatie moet worden ingediend. Het overleg over de samenwerkingsmogelijkheden (al dan niet inter-associatief) dient grondig toegelicht te worden in de motivering van de ingediende voorstellen.
- Fase 5: Elke associatie belast een instantie met de evaluatie van de aanvragen, en rangschikt deze op grond van de selectiecriteria op een indicatieve lijst. Deze lijst wordt ten laatste op 15 december 2009 bezorgd aan de Herculesstichting. Op deze lijst wordt duidelijk aangegeven welke (stukken van) dossiers vertrouwelijk behandeld moeten worden door de Herculesstichting. Dossiers waarin een inter-associatieve samenwerking (financiering) geldt, worden op de lijst van elk van de betrokken associaties opgevoerd.
De Herculesstichting stelt een beoordelingspanel in. Dit panel bestaat uit:
- deskundigen uit de associaties, waaronder ten minste drie vertegenwoordigers uit de hogescholensector en
- ten minste twee vertegenwoordigers uit de industriële sector.
Het beoordelingspanel geeft advies over de rangschikking van de voorgestelde investeringsinitiatieven en de subsidiepercentages.
Het oordeel van het beoordelingspanel steunt op:
- de beoordeling per associatie van de indicatieve lijsten met inachtneming van de selectiecriteria en
- een toetsing van de voorgestelde investeringsinitiatieven op macroniveau waarbij wordt nagegaan of er zich niet nog steeds noden of opportuniteiten aandienen op het vlak van instellings- of associatieoverschrijdende samenwerking of samenwerking met instellingen voor postinitieel onderwijs, strategische onderzoekscentra, wetenschappelijke instellingen, of bedrijven.
Ten laatste op 30 januari 2010 bezorgt de Raad van Bestuur van de Herculesstichting elk associatiebestuur de onderdelen van het oordeel van het beoordelingspanel die van toepassing zijn op de betrokken associatie.
De instellingen krijgen nu de mogelijkheid om, op basis van de suggesties van het beoordelingspanel, hun voorstel (evt. opnieuw) aan te passen. De associatiebesturen beschikken hiervoor over een vervaltermijn van dertig kalenderdagen om aan de Raad van Bestuur van de Herculesstichting een reactie of een verbetervoorstel over te maken. De wijzigingen moeten de Herculesstichting ten laatste op 1 maart 2010 bereiken.
Op 15 maart 2010 neemt de Raad van Bestuur van de Herculesstichting de eindbeslissing op basis van:
- het oordeel van het beoordelingspanel en
- de tijdig overgemaakte reacties of verbetervoorstellen van de associatiebesturen.
Onderzoekers en/of onderzoeksgroepen moeten hun aanvragen voor de oproep middelzware onderzoeksinfrastructuur indienen bij hun respectieve associatiebesturen. De associatiespecifieke oproepdocumenten en indienformulieren kunnen teruggevonden worden op de webpagina van elke associatie.
Algemene vragen over het Herculesfinancieringsmechanisme of specifieke vragen over het indienen van een aanvraag in het kader van de oproep middelzware onderzoeksinfrastructuur moeten gericht worden tot de contactpersoon in elke associatie.
Contactpersonen in de associaties
Van de verschillende associaties worden de gegevens over de webpagina’s met de oproepdocumenten en de contactpersonen hierna gegeven:
- Associatie K.U.Leuven
Christelle Maeyaert
Stafmedewerker Dienst Onderzoekscoördinatie K.U.Leuven
Huis Bethlehem
Schapenstraat 34
3000 Leuven
Tel: +32 (0)16 324194
Fax: +32 (0)16 324198
Email: christelle.maeyaert@doc.kuleuven.be
URL: https://www.kuleuven.be/gedocumenteerd
- Associatie Universiteit Gent
Jeroen Vanden Berghe
Beleidsmedewerker Directie Onderzoeksaangelegenheden UGent
Sint-Pietersnieuwstraat 25
9000 Gent
Tel: +32 (0)9 264 95 59
Fax: +32 (0)9 264 35 83
Email: jeroen.vandenberghe@ugent.be
URL: http://hercules.augent.be
- Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen
Dirk De Valck
Onderzoeksmanager - Departement Onderzoek (ADOC) UA
Middelheimlaan 1
2020 Antwerpen
Tel: +32 (0)3 265 30 99
Email: dirk.devalck@ua.ac.be
URL: http://www.ua.ac.be/onderzoek
- Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg
Ann Peters
Stafmedewerker Dienst Onderzoek en Innovatie UHasselt
Campus Diepenbeek
Departement CAD /RRC
Agoralaan Gebouw D
3590 Diepenbeek
Tel: +32 (0)11 26 80 14
Email: ann.peters@uhasselt.be
URL: http://www.uhasselt.be/onderzoek/onderzoekscoordinatie.asp
- Universitaire Associatie Brussel
Mieke Gijsemans
Stafmedewerker R&D-departement VUB
Pleinlaan 2
1040 Brussel
Tel: +32 (0)2 629 21 08
Email: mgijsema@vub.ac.be
URL: http://rd-ir.vub.ac.be/index.php