Antwoorden op vragen - 2008
Datum:
5 maart 2008
Download: Dit antwoord in pdf-formaat
Vraag:
Kan Herculesfinanciering gebruikt worden om databanken te subsidiëren?
Antwoord:
Zowel het Aanvullingsdecreet (art. VI.9.8, 4°) als het Herculesbesluit (art. 1, 7°) vermelden in hun definiëring van onderzoeksinfrastructuur die voor Herculessubsidiëring in aanmerking komt, uitdrukkelijk databanken als voorbeeld.
Databanken kunnen op drie manieren opduiken in een aanvraag voor Herculessubsidiëring:
- Een aanvrager kan een aanvraag indienen om de constructie van een eigen databank te subsidiëren.
- Een aanvrager kan een aanvraag indienen om de aankoop van een databank en haar eventuele upgrades te subsidiëren.
- Een aanvrager kan een aanvraag indienen om een licentie of een abonnement, zijnde een recht van toegang en gebruik, op een databank te verwerven.
1) Constructie van een databank
Een aanvraag tot subsidiëring van de constructie van een eigen databank past volledig binnen de Herculesregelgeving.
De aanvraag betreft overeenkomstig de Herculesregelgeving subsidiabele kosten. Het is een combinatie van enerzijds kosten voor wetenschappelijke investeringen, met name kosten voor de aanschaf van de onderdelen voor de constructie van de beoogde onderzoeksinfrastructuur (bv. scanapparatuur), en anderzijds personeelskosten voor de ontwikkeling en de constructie van de onderzoeksinfrastructuur (bv. administratief en technisch personeel dat de scans moet uitvoeren). Deze kostensoorten staan beschreven in artikel VI.9.13, respectievelijk 1° en 2° van het Aanvullingsdecreet.
De aanvraag beantwoordt ook aan de in artikel 19, § 1, eerste lid van het Herculesbesluit vervatte subsidiëringsvoorwaarde dat de gesubsidieerde onderzoeksinfrastructuur beheerd moet worden door een onthaalinstelling die over een zakelijk recht op de infrastructuur beschikt. Uit deze bepaling wordt afgeleid dat de subsidiëring van onderzoeksinfrastructuur moet leiden tot een zakelijk recht. Bij de constructie van een eigen databank verwerft de onthaalinstelling het eigendomsrecht over deze databank. Eigendom is het zakelijk recht bij uitstek.
2) Aankoop van een databank
Een aanvraag tot subsidiëring van de aankoop van een databank en haar eventuele upgrades past volledig binnen de Herculesregelgeving.
De aanvraag betreft overeenkomstig de Herculesregelgeving subsidiabele kosten. De kosten voor de aankoop van een databank zijn kosten voor wetenschappelijke investeringen, met name kosten voor de aanschaf van de onderzoeksinfrastructuur. De kosten voor eventuele upgrades zijn onderhoudskosten gedurende de afschrijvingsperiode. Deze kostensoorten staan beschreven in artikel VI.9.13, respectievelijk 1° en 3° van het Aanvullingsdecreet.
De aanvraag beantwoordt ook aan de in artikel 19, §1, eerste lid van het Herculesbesluit vervatte subsidiëringsvoorwaarde dat de gesubsidieerde onderzoeksinfrastructuur beheerd moet worden door een onthaalinstelling die over een zakelijk recht op de infrastructuur beschikt. Bij de aankoop van een databank verwerft de onthaalinstelling het eigendomsrecht over deze databank. Eigendom is het zakelijk recht bij uitstek.
3) Licentie op een databank
Een aanvraag tot subsidiëring van de verwerving van een licentie, zijnde een recht van toegang en gebruik, met eventuele upgrades, (bv. een abonnement) op een databank is minder vanzelfsprekend binnen de Herculesregelgeving.
Algemeen
De aanvraag kan gezien worden als betrekking hebbende op subsidiabele kosten overeenkomstig de Herculesregelgeving. De kosten voor de verwerving van een recht van toegang tot en gebruik van een databank kunnen immers beschouwd worden als kosten voor wetenschappelijke investeringen, met name kosten voor de aanschaf van de onderzoeksinfrastructuur. De kosten voor eventuele upgrades kunnen beschouwd worden als onderhoudskosten gedurende de afschrijvingsperiode. Deze kostensoorten staan beschreven in artikel VI.9.13, respectievelijk 1° en 3° van het Aanvullingsdecreet.
De subsidiëringsvoorwaarde vervat in artikel 19, § 1, eerste lid van het Herculesbesluit stelt op het eerste zicht echter een probleem bij dit soort van aanvragen. Een licentieovereenkomst leidt nooit tot de overdracht van een zakelijk recht. Een licentieovereenkomst is een privaatrechtelijk contract dat leidt tot een louter persoonlijk recht van toegang tot en gebruik van een in dit geval immaterieel goed ten aanzien waarvan de licentiegever over een intellectueel eigendomsrecht, in dit geval een databankrecht, beschikt. De onthaalinstelling beschikt dus niet over een zakelijk, maar over een persoonlijk recht op de gesubsidieerde onderzoeksinfrastructuur.
Dit betekent echter niet dat subsidieaanvragen met betrekking tot de verwerving van een licentie op een databank niet aan de voorwaarde van artikel 19, §1, eerste lid van het Herculesbesluit voldoen en dat databanklicenties bijgevolg nooit gesubsidieerd kunnen worden door middel van Herculesfinanciering. Centraal in de Herculesregelgeving staat de doelstelling van het Herculesmechanisme en de definiëring van het belangrijkste element hiervan. De doelstelling van het Herculesmechanisme is de gecoördineerde en structurele financiering van (middel)zware onderzoeksinfrastructuur in Vlaanderen. Het belangrijkste element van deze doelstelling is onderzoeksinfrastructuur. In het Aanvullingsdecreet en het Herculesbesluit wordt onderzoeksinfrastructuur bewust ruim gedefinieerd als alle faciliteiten en bronnen die het verrichten van grensverleggend en strategisch onderzoek bevorderen. Beide vermelden expliciet databanken als voorbeeld van dergelijke onderzoeksinfrastructuur. Hieruit mag afgeleid worden dat de regelgever als uitdrukkelijke bedoeling heeft gehad om de subsidiëring van de aanschaf van databanken door middel van Herculesfinanciering mogelijk te maken. Dit wordt verder ondersteund door de uitdrukkelijke opname van de digitale ontsluiting van databanken in de opsomming van voorbeelden. Dit toont aan dat de regelgever ruimte heeft willen laten voor technologische evoluties in het digitale tijdperk. De Herculesregelgeving moet bijgevolg in die zin geïnterpreteerd worden dat ze de verwezenlijking van de bedoeling van de regelgever toelaat.
Voor de subsidiëringsvoorwaarde van artikel 19, §1, eerste lid van het Herculesbesluit betekent dit dat de term zakelijk recht letterlijk geïnterpreteerd moet worden, behalve in die gevallen waarin het bij de aanschaf van onderzoeksinfrastructuur zinloos is om het concept zakelijk recht te hanteren en de doelstelling van de Herculesregelgeving daardoor gefnuikt wordt. Voorbeeld bij uitstek is de verwerving van onderzoeksinfrastructuur die voorwerp is van intellectuele eigendomsrechten, zoals elektronische of online databanken. Bij dit soort van onderzoeksinfrastructuur wordt er zo goed als nooit een zakelijk recht overgedragen, maar wordt er doorgaans gewerkt met licentieovereenkomsten in het kader van het intellectuele eigendomsrecht. (Zie hierover ook de notitie: “Herculesfinanciering en licenties”.) Het is dan ook logisch dat de term zakelijk recht van artikel 19, §1, eerste lid van het Herculesbesluit in dit geval geïnterpreteerd wordt als het courante equivalent ervan in het betrokken domein. Het courante equivalent van de overdracht van een zakelijk recht bij aankoop van onderzoeksinfrastructuur die voorwerp is van intellectuele eigendom, is de toekenning van toegangs- en gebruiksrechten in het kader van een licentieovereenkomst. Wil men bijgevolg de Herculesregelgeving op dit vlak effectief laten zijn, dan moet de term zakelijk recht bij subsidieaanvragen voor databanken geïnterpreteerd kunnen worden als een toegangs- en gebruikrecht in het kader van een licentieovereenkomst.
Deze interpretatie wordt bijkomend ondersteund door de vermoedelijke ratio legis van de term zakelijk recht in deze context. De regelgever wil met het gebruik van deze term voorkomen dat een derde de met overheidsmiddelen gesubsidieerde onderzoeksinfrastructuur in handen krijgt. Een databanklicentie wordt echter definitief onderdeel van het patrimonium van de onthaalinstelling. De bedoeling van de regelgever wordt dus nageleefd.
Op deze manier passen aanvragen tot subsidiëring van de verwerving van een licentie, zijnde een recht van toegang en gebruik, met eventuele upgrades, op een databank binnen de Herculesregelgeving.
Duurtijd van de licentie
Een licentie op een databank wordt doorgaans voor een bepaalde periode verworven. Hoe past dit in het Herculesmechanisme? Voor hoelang kan de aanschaf van dergelijke licentie met Herculesmiddelen gesubsidieerd worden?
Het algemene uitgangspunt voor het beantwoorden van deze vraag is artikel VI.9.13 van het Aanvullingsdecreet. Hierin worden de kosten opgesomd die in het kader van het Herculesmechanisme subsidiabel zijn. Punten 1 en 2 maken de kosten voor aanschaf, ontwikkeling en constructie van onderzoeksinfrastructuur subsidiabel. Punt 3 maakt de onderhoudskosten gedurende de hele afschrijvingsperiode subsidiabel. Uit dit laatste punt wordt afgeleid dat in het kader van het Herculesmechanisme enkel kosten, opgelopen gedurende de afschrijvingsperiode van de onderzoeksinfrastructuur, gesubsidieerd kunnen worden. De boekhoudkundige afschrijvingsperiode voor onderzoeksinfrastructuur bedraagt in principe vijf jaar. Voor ICT-apparatuur, zowel hard- als software, bedraagt ze echter drie jaar. Een licentie op een databank is te beschouwen als ICT-apparatuur.
Bij een subsidieaanvraag voor een licentie op een databank is de aanschaf van een licentie voor een in de tijd afgegrensde het enige of belangrijkste voorwerp van de aanvraag. De kost van de licentie is subsidiabel als kost voor wetenschappelijke investeringen, met name als kost voor de aanschaf van onderzoeksinfrastructuur, op voorwaarde dat de periode waarvoor de licentie aangeschaft wordt de driejarige afschrijvingsperiode van deze licentie niet overschrijdt. Zolang deze afschrijvingsperiode loopt, kan bovendien de verlenging van de licentie gesubsidieerd worden als onderhoudskost. Na afloop van de afschrijvingsperiode, zal een verlenging met eigen middelen gefinancierd moeten worden. Stel bijvoorbeeld dat het Herculesmechanisme de licentie subsidieert die voor een jaar een recht van toegang tot en gebruik van een internationale, elektronische onderzoeksdatabank verleent. De afschrijvingsperiode van de licentie op de databank is drie jaar. Gedurende deze drie jaar kan de oorspronkelijke licentie verlengd worden. Concreet betekent dit dat vier jaar toegang tot en gebruik van de databank gesubsidieerd kan worden.
---Voetnoot: Een zakelijk recht staat in het Belgische recht tegenover een persoonlijk recht. Het heeft de volgende karakteristieken: (1) het verleent het recht van genot op een bepaalde zaak (inclusief het recht op de vruchten ervan), (2) het geeft het recht om over een goed te beschikken en (3) het heeft betrekking op de zaak zelf en volgt deze zaak. Voorbeelden van zakelijke rechten zijn eigendom, vruchtgebruik, erfpacht, opstal, recht van gebruik, recht van bewoning en erfdienstbaarheid. De drie hiervoor vermelde kenmerken zijn in mindere of meerdere mate aanwezig bij deze verschillende voorbeelden van zakelijke rechten.