Antwoorden op vragen - 2008
Datum: 29 april 2008
Download: Dit antwoord in pdf-formaat
Vraag:
Hoe moet het gebruiksrecht dat bepaalde derden ontvangen in ruil voor een financieel waardeerbare inbreng, opgenomen worden in het aanvraagformulier?
Antwoord:
Artikel 20 van het Herculesbesluit stelt duidelijk dat derden te allen tijde kunnen participeren aan een gesubsidieerd investeringsinitiatief en dat ze als tegenprestatie voor een bepaalde financiële, personele of materiële inbreng een gelimiteerd recht van gebruik ten aanzien van de onderzoeksinfrastructuur kunnen doen gelden. Dit recht van gebruik, alsook de aard en de omvang ervan, moet vermeld worden in het aanvraagformulier.
Voor aanvragen inzake middelzware onderzoeksinfrastructuur moet het eventuele recht van gebruik van elke inbrengende derde vermeld worden in punt 2.7 (“Gebruiksplan”) van het aanvraagformulier. Het tweede daarin te behandelen onderdeel is immers het volgende: “Indien derden bij de aanvraag betrokken zijn, dient u in het beheersplan ook uitdrukkelijk aan te geven wanneer en hoe zij hun recht van gebruik ten aanzien van de apparatuur/infrastructuur kunnen uitoefenen.”
Voor aanvragen inzake zware onderzoeksinfrastructuur moet het eventuele recht van gebruik van elke inbrengende derde vermeld worden in punt 4.7 (“Geef een gedetailleerde beschrijving van de complementaire financiering.”) van het aanvraagformulier. Het vijfde daarin te behandelen onderdeel is immers het volgende: “Bespreek de financiële, materiële en/of personele inbreng van elke betrokken derde. Vermeld daarbij ook welke rechten ten aanzien van de onderzoeksinfrastructuur elke betrokkene uit zijn financieel waardeerbare inbreng zal putten.” Het eventuele recht van gebruik van elke inbrengende derde zal voorts ook aangestipt moeten worden in punt 4.5 (“Geef een gebruiksplan voor de infrastructuur tijdens de eerste drie jaar na aankoop ervan of in geval van constructie na de ingebruikname ervan door de aanvragers.”) van het aanvraagformulier. Het moet daarin minder uitgebreid behandeld worden dan in 4.7. Er dient enkel verduidelijkt te worden hoe het eventuele recht van gebruik van een inbrengende derde ingepast zal worden in het management van het gebruik van de onderzoeksinfrastructuur.
Normaal gezien verwerven inbrengende derden hun recht van gebruik op grond van hun inbreng. Ze moeten met andere woorden achteraf geen bijkomende vergoeding meer te betalen voor het gebruik, op voorwaarde dat het gebruik binnen de grenzen blijft die contractueel vastgelegd werden als compensatie voor de oorspronkelijke inbreng. Moeten inbrengende derden toch nog een vergoeding betalen of overschrijdt hun gebruik de overeengekomen grenzen van hun gelimiteerde recht van gebruik, dan zal de te betalen vergoeding moeten voldoen aan de in het gebruiksplan opgenomen voorwaarden (bv. gebruiksregels en berekening van een billijke vergoeding) tegen de welke andere gebruikers gebruik kunnen maken van een surplus aan gebruikstijd. Dit moet dan uitdrukkelijk vermeld worden in het aanvraagformulier, voor middelzware onderzoeksinfrastructuur in punt 2.7, voor zware onderzoeksinfrastructuur in punt 4.5.
Derden die geen financieel waardeerbare inbreng hebben gedaan, kunnen geen vooraf bepaald, persoonlijk, gelimiteerd recht van gebruik ten aanzien van de onderzoeksinfrastructuur verwerven. Het is natuurlijk wel mogelijk dat zij, in geval van een surplus aan gebruikstijd, gebruik maken van de onderzoeksinfrastructuur. In dat geval moet dit gebeuren overeenkomstig de hiervoor in het gebruiksplan vastgelegde voorwaarden (bv. gebruiksregels en berekening van een billijke vergoeding). Deze voorwaarden moeten als onderdeel van het gebruiksplan opgenomen worden in het aanvraagformulier, voor middelzware onderzoeksinfrastructuur in punt 2.7, voor zware onderzoeksinfrastructuur in punt 4.5.
Als aanvragers er bovendien van uitgaan dat het gebruik tegen een billijke vergoeding van surplus gebruikstijd een gedeelte van de vereiste complementaire financiering zal genereren, dan moet ook dit uitdrukkelijk vermeld worden in het aanvraagformulier, voor middelzware onderzoeksinfrastructuur in punt 2.9 (“Complementaire financiering en inbreng door derden”), voor zware onderzoeksinfrastructuur in punt 4.7 (“Geef een gedetailleerde beschrijving van de complementaire financiering.” en tabel 3 van punt 4.8 (“Overzichtstabellen”).