Antwoorden op vragen - 2008
Datum: 12 maart 2008
Download: Dit antwoord in pdf-formaat
Vraag:
Zijn kosten voor opleiding, vorming en bijscholing van personeel voor het gebruik van onderzoeksinfrastructuur subsidiabel in het kader van het Herculesinitiatief?
Antwoord:
Kosten voor de opleiding, vorming en bijscholing van personeel voor het gebruik van onderzoeksinfrastructuur zijn subsidiabel in het kader van het Herculesinitiatief. Het gaat immers om onderhoudskosten vermeld in artikel VI.9.13, 3° van het Aanvullingsdecreet, meerbepaald om personele kosten voor het permanente onderhoud en het bedienen van de onderzoeksinfrastructuur vermeld in artikel 15, 3° van het Herculesbesluit. Opdat onderzoeksinfrastructuur bediend zou kunnen worden, moet er immers ofwel competent personeel aangeworven worden ofwel personeel dat reeds in dienst is, opgeleid en bijgeschoold worden.
Hier horen twee kanttekeningen bij:
- Ten eerste zijn zo’n kosten voor opleiding, vorming en bijscholing van personeel subsidiabel gedurende de afschrijvingsperiode van de onderzoeksinfrastructuur. Dit betekent enerzijds dat niet enkel initiële opleidingskosten, maar ook de kosten voor bijscholing “en cours de route” (bijvoorbeeld na een upgrade) subsidiabel zijn. Anderzijds zijn zo’n bijscholingskosten enkel subsidiabel tot de afschrijvingsperiode afgelopen is. Daarna moeten ze zelf gedragen worden.
- Ten tweede mag over de afschrijvingsperiode van de onderzoeksinfrastructuur ten hoogste 15 procent van de toegekende subsidiëring gebruikt worden voor zo’n kosten voor opleiding, vorming en bijscholing van personeel. Aangezien zo’n kosten meestal slechts een beperkt onderdeel van de totale kost van een onderzoeksinfrastructuurproject zullen uitmaken, lijkt deze voorwaarde op het eerste zicht geen probleem te stellen. Er mag echter niet uit het oog verloren worden dat artikel 15 van het Herculesbesluit bepaalt dat de hiervoor beschreven 15 %-regel geldt voor zowel herstellingskosten met betrekking tot de onderzoeksinfrastructuur als kosten voor aanpassingen aan gebouwen en aansluitingskosten ten behoeve van de onderzoeksinfrastructuur als personele kosten voor het permanente onderhoud en het bedienen van de onderzoeksinfrastructuur. De som van deze drie soorten kosten zou wel eens meer dan 15 procent van de toegekende subsidiëring kunnen uitmaken. In dat geval dient de aanvrager de operationele keuze te maken aan welke kosten hij de 15 procent bij voorkeur besteed en welke kosten hij zelf of via cofinanciering draagt.