Antwoorden op vragen - 2008
Datum:
28 april 2008
Download: Dit antwoord in pdf-formaat
Vraag:
Is het percentage van de eigen gevonden financiering gelimiteerd? Mag men bijvoorbeeld 70% van de onderzoeksinfrastructuur zelf financieren en slechts 30% bij de Herculesstichting aanvragen??
Antwoord:
Dit stelt geen probleem. Dit maakt deel uit van de beleids- en beheersautonomie van de aanvrager.
Wel dient de aanvrager rekening te houden met mogelijke gevolgen van de keuzes die hij maakt. De vraag stelt zich immers wat het effect is op de kwalificatie van de aanvraag als Hercules 1-, 2- of 3-investeringsinitiatief.
Hercules 1-investeringsinitiatieven zijn initiatieven waarvan de totale financieringskost ten minste 150.000 en ten hoogste 600.000 euro bedraagt. Hercules 2-investeringsinitiatieven zijn initiatieven waarvan de totale financieringskost ten minste 600.000 en ten hoogste 1.500.000 euro bedraagt. Hercules 3-investeringsinitiatieven zijn initiatieven waarvan de totale financieringskost ten minste 1.500.000 euro bedraagt. Wordt de eigen gevonden financiering nu in rekening genomen om deze financiële grenzen te bepalen en dus vast te stellen of een initiatief een Hercules 1-, 2- of 3-investeringsinitiatief is? Het antwoord op deze vraag is van groot belang omdat de inleveringsdeadline, de afhandelingsprocedures en de subsidiepercentages ervan afhangen.
Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen twee soorten eigen gevonden financiering. Aan de ene kant zijn er de eigen middelen van een aanvrager (bv. reserves), aan de andere kant middelen die afkomstig zijn van een andere instantie dan een universiteit of een hogeschool, in de zin van artikel 17, lid 3 van het Herculesbesluit. Voor Hercules 1- en 2-investeringsinitiatieven zijn deze andere instanties hetzij strategische onderzoeksinstellingen, hetzij instellingen voor postinitieel onderwijs, hetzij derden. Voor Hercules 3-investeringsinitiatieven zijn het alleen derden.
Voor de eigen middelen van een aanvrager geldt de regel dat de totale financieringskost van een initiatief omschreven wordt als alle subsidiabele kosten die in het voorstel worden aangevraagd. Deze regel werd vastgelegd na overleg in de Raad van Bestuur van de Herculesstichting en opgenomen in de oproepdocumenten voor de oproepen 2008 voor zowel middelzware als zware onderzoeksinfrastructuur (voor allebei in de punten 1.3.1. en 1.3.2.). Kosten die gefinancierd worden met eigen middelen van een aanvrager, zullen niet als subsidiabele kosten aangevraagd worden. Ze maken bijgevolg geen deel uit van de totale financieringskost en kunnen niet in rekening gebracht worden om de aanvraag te kwalificeren als een Hercules 1-, 2- of 3-investeringsinitiatief.
De middelen die afkomstig zijn van een andere instantie dan een universiteit of een hogeschool voor middelzware of een universiteit, een hogeschool, een strategisch onderzoekscentrum of een instelling voor postinitieel onderzoek voor zware onderzoeksinfrastructuur maken daarentegen wel deel uit van de totale financieringskost. Ze kunnen dus in rekening gebracht worden om de aanvraag te kwalificeren als een Hercules 1-, 2- of 3-investeringsinitiatief. Dit is nodig om artikel 17, lid 3 van het Herculesbesluit te kunnen toepassen. Op grond van deze bepaling wordt het subsidiepercentage immers verhoogd als 25% van de in aanmerking komende kosten ten laste wordt genomen door een andere instantie dan een universiteit of een hogeschool. In aanmerking komende kosten zijn subsidiabele kosten. Als de kosten gefinancierd met middelen afkomstig van andere instanties dan universiteiten of hogescholen niet tot de totale financieringskost zouden gerekend worden, dan zou de basis verdwijnen op grond waarvan effectief berekend moet worden of 25% van de in aanmerking komende kosten ten laste wordt genomen door een andere instantie dan een universiteit of hogeschool.